Tagarchief: oom Frits

De jacht van oom Frits

Oom Frits is, we kunnen het niet genoeg benadrukken, een man met uitzonderlijke talenten. Hij is bereid om werkelijk alles aan te pakken. Toch is het wellicht niet helemaal vreemd dat tante Coby zo nu en dan haar hart met beide handen vasthoudt. Om maar eens een voorbeeldje te noemen: deze week kwam oom thuis, geheel gehuld in een groen jagerskostuum, compleet met bijpassend hoedje, waarop een klein veertje was gestoken.

‘Ik ben er helemaal klaar voor,’ had hij met enige stemverheffing gesproken.

Dat mocht zo zijn, maar toch moest tante een klein momentje steun zoeken bij de deurpost.

‘Klaar voor? Waarvoor klaar?’

Angstvallig keek ze of er ook zo’n eng stuk schiettuig in de buurt was, maar gelukkig leek dat nog niet het geval te zijn. Met zo’n ding zou oom Frits vast alleen maar een hoop brokken maken.

‘Je bent nog niet goed wakker zeker! Waarvoor denk je dat ik klaar ben, als ik hier in deze outfit verschijn? Voor een spannende jacht in het bos natuurlijk! Ik ga zoveel mogelijk dieren schieten!’

Tante moest van de schrik wederom de deurpost een kort momentje vasthouden, want zo kende ze toch haar dierenminnende echtgenoot niet. Maar daarna zette ze strijdlustig haar handen op haar heupen. Haar houding, met haar gebalde vuisten op haar rode rok sprak een duidelijke boodschap uit: pas op, groot gevaar!

‘Ga je dieren schieten? Ben je helemaal gek geworden?’

Zoals zo vaak in deze fase van dit soort gesprekken verzekerde oom Frits haar dat zijn verstand, zoals gebruikelijk, optimaal scherp en helder functioneerde.

‘De moderne amateurjager, lieve Coby,’ ging hij toen met een glimlachje verder, ‘schiet ook niet meer met geweren. Ik doe het veel beter dan dat. Ik gebruik natuurlijk gewoon mijn fotocamera.‘

Het belletje van tante coby

Moeizaam sleept tante Coby de emmer met vuil water hoger het keldertrapje op. Het was al jaren geleden dat de kelder een grote beurt had gehad, en het schoonmaken was hard nodig geweest. Heel hard. Het water ziet inmiddels donkerzwart en er drijven niet nader te noemen vuiligheden in.

De deurbel klingelt genadeloos hard door het huis en van schrik vlucht een golf zwart water op tantes rok. Ook dat nog.

Haastig zet ze de emmer in de gang en ze spoedt zich naar de voordeur. Ze kijkt naar voren, dan eens links, rechts, naar boven en beneden. Niemand te zien. Ook geen haastig afgeleverd postpakket. Dat is raar. Zou ze zich vergist hebben? Vergissen is voor tante uiteraard nagenoeg onmogelijk, maar de realiteit is daar: er is echt helemaal niemand.  Ze haalt haar schouders op en sluit de deur.

Ze is nauwelijks terug bij haar emmertje als opnieuw de deurbel gaat. Er golft opnieuw wat, maar nu is het een heftige emotie. In enkele stappen is ze opnieuw bij de deur. Weer is er niemand te zien, maar het geluid van wegrennende voetjes is onmiskenbaar. Wat nu, er achteraan jagen? Welnee, ze weet iets beters. Hier dient hulp te worden ingeroepen:

‘Frits! Ze hebben weer belletje getrokken!

Oom is snel ter plaatse. ‘Geen zorg, ik regel dat!’

Gerustgesteld loopt tante weg, maar met een spoortje twijfel. Zou oom snel genoeg zijn? Een klein testje kan geen kwaad. Stilletjes sluipt ze via de achterdeur naar de voordeur en belt aan.

Als door een wesp gestoken veert oom op, grijpt de emmer uit de gang, opent de deur, en smijt de emmerinhoud naar buiten. Belletje trekkers raakt hij niet. Tante wel.