pluim, de supereekhoorn

Als het bos in nood is, dan hebben we onze superheld gelukkig nog!

foto: Hans van Gemert

foto: Hans van Gemert

Pluim de eekhoorn zat op een hoge tak in de boom over de wereld uit te kijken. In de verte, aan de rand van het bos, waren graafmachines druk aan het werk. Pluim vond het maar niks. Al die herrie, die stank! Waarom gingen die mensen niet gewoon ergens anders spelen!
Op dat moment kwam Gerrit de Postduif aangevlogen.

‘O Pluim’, riep hij al van verre, ‘het is verschrikkelijk!’

Hijgend van de ingespannen vliegtocht streek hij op het takje naast Pluim neer.

‘Wat is er aan de hand, Gerrit?’

‘De mensen, ze hakken zomaar bomen om!’

‘Het is niet waar!’
Maar het was wél waar. De bijlslagen waren al te horen.

‘Daar aan de rand van het bos is mijn huis, wat moet ik nou?’ jammerde Gerrit vertwijfeld.

Pluim streek eens over zijn staart. Hij wist het, dit was een taak voor de Supereekhoorn! Toen Gerrit jammerend naar de volgende boom vloog schoot Pluim zijn huisje in, trok snel het blauwe truitje aan met de grote rode S erop, en haastte zich door de boomtoppen naar de rand van het bos, waar juist een boom met een donderende klap op de grond terecht kwam.

Pluim aarzelde geen moment, pakte de boomstam op en viel daarmee de verbijsterde mensen aan. Pats, pats, daar ging de eerste graafmachine tegen de vlakte. Boem, boem, daar  ging de volgende. Op nog meer klappen stonden de mensen niet te wachten en ze maakten dat ze weg kwamen.

‘Zo’, zei Pluim, terwijl hij de boomstam rechtop in de grond pootte, ‘dat is weer opgelost. Die blijven voortaan wel weg.’
En zo was het ook. De mensen liepen vanaf die dag met een grote boog om het bos heen. De dieren leefden nog lang en gelukkig, daar zou Supereekhoorn met zijn superkrachten wel voor zorgen!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.