Alle berichten van Hansvg

Het belletje van tante coby

Moeizaam sleept tante Coby de emmer met vuil water hoger het keldertrapje op. Het was al jaren geleden dat de kelder een grote beurt had gehad, en het schoonmaken was hard nodig geweest. Heel hard. Het water ziet inmiddels donkerzwart en er drijven niet nader te noemen vuiligheden in.

De deurbel klingelt genadeloos hard door het huis en van schrik vlucht een golf zwart water op tantes rok. Ook dat nog.

Haastig zet ze de emmer in de gang en ze spoedt zich naar de voordeur. Ze kijkt naar voren, dan eens links, rechts, naar boven en beneden. Niemand te zien. Ook geen haastig afgeleverd postpakket. Dat is raar. Zou ze zich vergist hebben? Vergissen is voor tante uiteraard nagenoeg onmogelijk, maar de realiteit is daar: er is echt helemaal niemand.  Ze haalt haar schouders op en sluit de deur.

Ze is nauwelijks terug bij haar emmertje als opnieuw de deurbel gaat. Er golft opnieuw wat, maar nu is het een heftige emotie. In enkele stappen is ze opnieuw bij de deur. Weer is er niemand te zien, maar het geluid van wegrennende voetjes is onmiskenbaar. Wat nu, er achteraan jagen? Welnee, ze weet iets beters. Hier dient hulp te worden ingeroepen:

‘Frits! Ze hebben weer belletje getrokken!

Oom is snel ter plaatse. ‘Geen zorg, ik regel dat!’

Gerustgesteld loopt tante weg, maar met een spoortje twijfel. Zou oom snel genoeg zijn? Een klein testje kan geen kwaad. Stilletjes sluipt ze via de achterdeur naar de voordeur en belt aan.

Als door een wesp gestoken veert oom op, grijpt de emmer uit de gang, opent de deur, en smijt de emmerinhoud naar buiten. Belletje trekkers raakt hij niet. Tante wel.

mijn nieuwe job

Vandaag was mijn eerste werkdag in een nieuwe job. Spannend? Nou, reken maar. Elke nieuwe baan is elke keer weer een hele uitdaging. Ik kan het weten, een nieuwe baan is iets dat me om de een of andere merkwaardige reden regelmatig en bij herhaling overkomt. Geen idee waarom. Bij de vorige baan heb ik per ongeluk een nieuwe locomotief aan gort gereden, daarvoor heb ik als schoorsteenveger per ongeluk alle roet de verkeerde kant op geblazen en ik ben een expert in het verwisselen van de richting van de lopende band. Kleinigheden, een foutje kan immers iedereen overkomen, maar de betreffende chefs, bazen en directeuren hadden duidelijk geen enkel gevoel voor humor. Genoeg getreurd, laat nu de champagne maar stromen en haal de taartschep maar uit het vet. Deze keer heb ik iets gevonden dat me op het lijf geschreven is, en geheel aansluit op mijn aanzienlijke kwaliteiten en vaardigheden: presentator van een wervelende televisieshow.

Veel mensen weten het niet, maar daar komt nog heel wat bij kijken. Je moet om te beginnen namelijk voor de camera’s wat op kleur worden gebracht. IJverige dames werkten met behulp van een kwast en een poederdoos mijn gezicht zo goed bij dat ik na afloop zelf moeite had mijzelf in de spiegel te herkennen. Een hele verbetering, noemden ze het, waarvoor uiteraard mijn hartelijke dank. Trouwens, ik was niet de enige die met de herkenning moeite had. Ook de regisseur, zo’n jonge bemoeial die constant interessant loopt te doen met zo’n koptelefoon over zijn oren, liep me drie keer straal voorbij. Toen hij me uiteindelijk vond was hij nog kwaad op me ook.

Hoe dan ook, er moet ook aandacht zijn voor de juiste kleding. Aan krap zittende overhemden met stropdassen heb ik een gruwelijke hekel, met als ultiem hoogtepunt (wat tegelijk een enorm dieptepunt is: het boordenknoopje. Ik hield het daarom simpel: gewoon een mantel van konijnenbont, dat leek me wel passend voor een programma over huisdieren. Omdat het onder de studiolampen toch al heet genoeg is, heb ik besloten om alles onder de mantel gewoon weg te laten. Iets met puur natuur, zal ik maar zeggen.

Een goede gedachte? Van de ene kant wel, in ieder geval tot het moment dat de mantel aan het sluitinkje van een of ander hok bleef haken. Er klonk een licht krakend geluid en ik voelde plotseling een onverwachte frisse wind op plekken waar ik dat niet had verwacht, en zette ik mijzelf op een onbedoelde wijze vrij openhartig in de etalage van het volk.

Om een lang verhaal kort te houden: laat die taartschep maar in het vet zitten, en die champagne bewaar ik wel voor een andere keer. Als iemand nog een baan voor me weet, ik houd me aanbevolen.

Op zoek naar kabouters

Het bos is vol met bomen, struiken en groen. Zonlicht speelt tussen de takken een schaduwspelletje. Het is hier stil. Het verkeerslawaai is ver naar de achtergrond, zodat vogels en soms ook insecten zich kunnen laten horen.

Het bos zit vol met spanning, geheimzinnigheid en raadsels. Levende sprookjes verschuilen zich overal achter stammen, tussen blaadjes, in een greppel en achter een of ander heuveltje. Zijn we hier alleen, of worden we door goedmoedige en waakzame oogjes in de gaten gehouden? Wie weet bieden paddenstoelen of dikke eikenbomen toegangswegen tot de ongeziene werelden vol trollen, elfjes en kaboutertjes. Wie zal het zeggen.

Toen onze kinderen nog klein waren, gingen we vaak wandelen in het bos. Tijdens deze wandelingen waren we altijd bedacht op een onverwachte ontmoeting. Met een kabouter, wel te verstaan. Ze konden overal verstopt zitten, door ons verrast in hun bezigheden. Het was daarom zaak om heel stil te lopen en niet hardop te roepen of praten. We mochten de kabouters niet laten schrikken met ons gestamp en gepraat.

We waren vast niet stil genoeg. Hoewel de een na de ander regelmatig een verdwijnend puntmutsje zag, was na een nadere inspectie niets of niemand meer te vinden. Jammer.

Er waren bomen, waar tussen de wortels holtes zichtbaar waren. Misschien een toegangspoort, een deur? We klopten aan, eerst voorzichtig, later wat harder, riepen ‘Hallo!’ of ‘Lieve kabouters!’, maar de kabouters lieten zich wijselijk niet zien. Er gingen geen poortjes of luikjes open, het bleef stil.

Toch bleef het sprookje levend, klaar om bij iedere nieuwe boswandeling, waar we grote en dikke bomen zagen, opnieuw geleefd te worden. Het was heerlijk om die momenten van gespannen afwachting, nieuwsgierigheid te ervaren, die momenten te beleven en te herbeleven. De gespannen gezichtjes, vol aandacht voor het natuurlijke en het bovennatuurlijke. Momenten om te koesteren en nooit te vergeten.

Het is jaren later. Op onze wandelingen wordt niet meer gespeurd naar elfjes of kabouters. Onze gesprekken gaan nu over heel andere thema’s. Maar als ik weer eens alleen door het bos loop of fiets, dan kijk ik bij de dikke bomen toch nog even goed om me heen, en speur langs de bodem, langs de dikke boomwortels.

Je kunt immers nooit weten.

Van spruitjes tot rollatorwedstrijden

Bij binnenkomst in het huis komt de onvermijdelijke etensgeur me tegemoet. Het wordt vandaag vast iets met spruitjes en gehaktballen, voor de plantaardigen alhier eventueel een gebakken eitje, liefst met de eierdooier nog helemaal intact, anders vinden ze het natuurlijk weer niet te eten. Dan als toetje een bolletje hazelnootijs, meestal vol met harde stukjes noot en brokjes waterijs, om de aanval op het gemiddelde kunstgebit compleet te maken. Alternatief culinair, zullen we maar zeggen. Soms denk ik dat een geprakt paracetamoltabletje met suiker nog smakelijker is, dat lijkt me duidelijk genoeg, toch? Goed dat ik het meeste voedsel op vloeibare wijze nuttig. Voor zover ik die kans krijg, tenminste.

‘U bent helemaal nat, meneer van Dalen!

‘Echt waar, je meent het!’ Het komt er misschien een beetje bits uit, maar laten we eerlijk zijn, het is gewoon een stomme opmerking. Wat verwachten ze dan als net een stevige regenbui is losgebarsten? Soms twijfel ik meer aan het verstand van het personeel dan aan dat van de bewoners. En geloof me: dat wil wat zeggen!

‘Rustig aan, meneer van Dalen!’

Ik knik en zucht maar eens en houd verder maar wijselijk mijn mond dicht. Wat denken ze dan van me? Dat ik met mijn rollator door de gang ga racen of zo? Tegelijk moet ik daar een beetje om lachen, het voor- en nadeel voor een beelddenker, want ik zie het al helemaal voor me. Steeds twee bejaarden tegelijk van start, en maar zien wie het eerst de eindstreep behaalt. Uiteraard worden alle vloerkleedjes van tevoren opgerold en krijgt iedereen als echte motormuizen een stevige integraalhelm op zijn kop. We kunnen het per slot van rekening niet gebruiken als al te roekeloze deelnemers in hun enthousiasme geheel per ongeluk een heel ander soort eindstreep behalen.

Nog na grinnikend bereik ik mijn kamer en smijt nogal nonchalant de post op tafel. Het is toch niks bijzonders, de niet te vermijden reclame, een herinnering (zal die telefoonrekening wel weer zijn en die betaal ik niet, want ik heb de hele maand die telefoon niet aangeraakt) en steven rechtstreeks op de kast af. Hier staat, heel onschuldig, een flinke fles terrasreiniger. De verpleging heeft er verbaasd vragen over gesteld, maar het is toch niet onlogisch dat ik komende zomer op een schoon balkonnetje wil zitten? Gelukkig kijkt er niemand in, dus blijft mijn geheime voorraad oude klare voorlopig onopgemerkt. Ik vind eigenlijk dat ik na al die nattigheid buiten nu wel een borreltje verdiend heb, dus schenk ik wat in een theeglas (borrelglazen vallen natuurlijk te veel op). Mijn hand is minder vast dan vroeger en met spijt zie ik wat druppels op tafel vallen. Ik zou ze kunnen oplikken, maar zo wanhopig ben ik nou ook weer niet. Met een stukje keukenpapier weet ik alle sporen weer uit te wissen.

Met welbehagen zet ik het theeglas aan de mond. Trouwens, er is nog een voordeel van een dergelijk glas: er kan een hoop in.

(c) 2019 Hans van Gemert

Dit #verhaal past in de #schrijfuitdaging van Schrijvelarij (FB) van november 2019 (= een steekwoordenverhaal met: telefoonrekening, gehaktbal, keukenpapier, paracetamoltablet, eierdooier, hazelnoot, vloerkleed, muis, terrasreiniger, regenbui)

Het rode ei

Een blik op de ruiten en hetgeen zich daarachter afspeelt onthult een hoop nattigheid. Het nieuwsbericht was helaas ook erg duidelijk. De regenbuien die ons nu al dagen in een natte greep houden, zijn helaas voorlopig nog niet achter de rug. Dat is van de ene kant erg prettig, het terras achter mijn huis spoelt nu vanzelf schoon. Van de andere kant: dan had ik me de aanschaf van al die flessen met terrasreiniger wel kunnen besparen. Nou ja, die komen een andere keer dan wel aan de beurt. Het geeft me in ieder geval tijd om een vervelend en uitgesteld klusje op te pakken: het verwerken van de post van inmiddels enkele weken.

Voorzichtig en wat langzamer dan mijn gewoonte is, open ik de enveloppen die voor me op tafel liggen. Ik ben niet gewend om dit met links te doen, maar met rechts een wat pijnlijke muisarm (dat heb je ervan als je zoveel verhaaltjes zit te tikken) zit er even niets anders op.

Ordelijk als ik ben sorteer ik alles netjes uit. Zo hoort een telefoonrekening op het stapeltje van de rekeningen, en het foldertje met onmisbare aanbiedingen van de plaatselijke supermarkt (die ik overigens heel goed weet te negeren) op het stapeltje op de hoek van de tafel. Daar komen trouwens ook de lege enveloppen. Ik verheug me altijd op het moment dat ik, na al dat sorteren, dat hoekstapeltje in één vloeiende beweging van de tafel mag schuiven in de hongerige prullenbak die ongeduldig op het hazelnootkleurige vloerkleed staat te wachten. Meestal lukt dat zonder probleem, in een enkel geval moet ik me nog even bukken om enkele ontsnapte exemplaren op te rapen en handmatig te verwijderen. Dat is normaal gesproken geen probleem, al maakte ik, gehaktbal die ik ben, de vorige keer de pijnlijke vergissing om op het verkeerde moment en op de verkeerde plaats mijn hoofd weer naar boven te buigen. Eikenhouten tafels zijn massief en, kan ik je verzekeren, behoorlijk hard. Het is maar goed dat ik ook bij de drogist alle noodzakelijke inkopen al had gedaan, want een paracetamoltabletje wil er op zo’n moment wel in. Snel hield ik er ook nog een natgemaakt stukje keukenpapier tegenaan. Het koelt wel, maar verder hielp het niet zo veel. Later zag ik dat een flinke bult op mijn hoofd had, formaatje ei, zal ik maar zeggen. De huid was op die plek duidelijk beschadigd en er drupte wat van de inhoud van dat ei langs mijn hoofd. Voor alle duidelijkheid, de eierdooier van een dergelijk ei is niet geel, maar rood…

(c)2019 Hans van Gemert

Dit steekwoorden#verhaal past in de schrijfuitdaging van Schrijvelarij (FB, nov 2019), waarbij de volgende woordengebruikt moesten worden:

Regenbui, paracetamoltabletje, muis, vloerkleed , hazelnoot, gehaktbal, keukenpapier, eierdooier, terrasreiniger, telefoonrekening