De ochtend

Het is warm, ik voel me behaaglijk en gelukkig.
Ik open lui mijn linkeroog, het rechter oog doet nog niet mee, zit nog tegen het hoofdkussen gedrukt. Het is donker. Als vanzelf valt mijn oog weer dicht. Het feest van de vorige avond echoot nog in me door en de herinnering aan de mooie vrouwen krult mijn lippen tot een glimlach. Wát een avond en wat een geluksvogel was ik.

Mijn linkeroog gaat weer langzaam open. Ik knipper er een paar keer mee en besluit mijn hoofd zo te draaien, dat ook mijn rechteroog mee kan gaan doen. Het is nog behoorlijk donker om me heen. Een dun straaltje morgenlicht heeft de kiertjes in het gordijn gevonden, genoeg voor vage omtrekken. Het lome slaapgevoel hangt nog heerlijk om me heen. Nog eventjes blijven liggen, nog even lekker doorsoezen. Wat een meiden, gisteren. Ik kan me er twee nog voor de geest halen. Een blonde en een donkere, allebei door de natuur voorzien van uitbundige aantrekkelijkheden.  Met een glimlach merk ik hoe mijn lichaam op de gedachten reageert.

Ik strek mijn armen naar de plek naast me in bed, in de hoop de nacht nog wat te kunnen verlengen. Mijn handen stoten onzacht tegen de muur, het bed is niet zo breed als ik gedacht had. Aan de andere kant voel ik een ijzeren rand. Er ligt niemand naast me. Dat is jammer, ik had graag even gezien of ik bij de blonde of de donkere dame in bed was beland. Tot mijn spijt merk ik dat ik me van de afloop van de avond niets meer voor de geest kan halen, helaas ook niet van de erop volgende nacht. Ik had het, om mijn herinneringen weer boven tafel te krijgen, nog graag eens dunnetjes overgedaan.

Mijn hand schuift onder de dekens. Tot mijn verbazing voel ik kledingstukken waar ik niets had verwacht. Het brengt een onverwacht gevoel van onrust in me naar boven. Waar ben ik hier eigenlijk? De zonnestralen worden intenser en dringen beter de kamer door. Ik zie de onbekende omtrekken van een deur, de ramen met de gordijnen, een tafeltje en een kast. Het lijkt maar een klein kamertje.  

Ik gooi de deken van me af en ga rechtop zitten. Een plotseling opkomende koppijn en een golf van misselijkheid doorstromen me, alsof ik word gestraft voor mijn snelle beweging. Ik haal een paar keer diep adem en wrijf over mijn kloppende slapen. Ik voel haar. Mijn haar. In plaats van mijn krulhaar voel ik korte stekeltjes. Wat hebben ze verdomme met mijn haar gedaan?  Mijn handen gaan langs mijn wangen, mijn lippen en mijn kin. Ik voel een volle snor en een baardje. Luid klopt mijn hart in mijn keel, mijn mond wordt droog en ik voel hoe mijn hartslag begint te ratelen. Hoe lang ben ik al hier? Tijdens het feest gisteren… als dat gisteren was…. was ik gladgeschoren. Er trekt een duizeling door me heen. Ik probeer diep te ademen om de spanning weg te laten ebben. Lukt niet. Ik zwaai mijn benen over de rand van het bed en probeer op te staan. De duizelingen komen terug, maar ik zet door. Nog maar eens diep ademhalen, en nog eens.

Mijn hand strek ik uit naar het gordijn en schuif het een stukje open. Het licht stroomt fel naar binnen en verlicht het kleine kamertje. Grauwe muren, verschoten gordijnen en een vloerbedekking in een onbestemde kleur. Er liggen wat kledingstukken op de enige stoel in de kamer. Een broek en een shirt, onbekende spullen. De kamer is verder leeg en absoluut niet wat ik van die twee meiden gisteravond had verwacht. Ze hadden allebei toch een exclusieve uitstraling, die absoluut niet bij dit armoedige kamertje paste. De omgeving buiten zegt me helemaal niets. Ik zie flats, muren en steen. Het ziet er oud en vervallen uit. Niet mijn soort omgeving, kan ik je vertellen.

Ik kijk langs mijn lijf. Ik draag een t-shirt met vlekken en gaten en een onderbroek. De onrust neemt toe, het zijn niet mijn eigen spullen. Dan overvalt me een golf van paniek. Mijn lijf, er is iets helemaal mis met mijn lijf. Ik kan niet verwoorden wat er aan de hand is, maar er is iets dat me niet vertrouwd is, iets dat niet klopt. Dan zie ik de haartjes op mijn benen. Donker gekleurd en duidelijk aanwezig, terwijl ik blonde en nauwelijks zichtbare beharing op mijn benen heb.  Een moedervlek op mijn knie ontbreekt, maar op mijn onderbeen zie ik de witte streep van een onbekend litteken. Mijn hart slaat een paar slagen over, om daarna in alle geweld de verloren slagen in te halen. De paniekgolf komt terug. Er is iets helemaal mis, wat hebben ze met me gedaan?

Dan hoor ik voetstappen op een trap buiten de kamerdeur en even later gaat mijn kamerdeur open. Een jonge man, enkel gekleed in een onderbroek, staat in de deuropening. ‘Ha, je bent al wakker’, zegt hij glimlachend en met een paar passen staat hij in de kamer, vlak voor me. Voor ik er erg in heb slaat hij zijn armen om me heen en kust hij me vol op de mond. Ik voel zijn handen op mijn billen, op mijn lijf, onder mijn t-shirt. Ik ben aan de grond genageld, weet niet wat ik moet doen, wil ook helemaal niets doen, maar voel tot mijn ontzetting hoe mijn lichaamsreflexen onwillekeurig en onwillig reageren.  Dan laat hij me los. Hij lacht. ‘Je hebt gelijk, jammer,’ zegt hij, ‘daar hebben we even geen tijd voor’. Onwillekeurig – of niet – strijkt hij met zijn hand tussen mijn benen, wat me, opnieuw tot mijn ontzetting, niet onberoerd laat. ‘Kleed je gauw aan, ze komen ons ophalen.’

Dan is hij weg, de deur sluit. Hij laat mij totaal verbijsterd en besluiteloos achter. Als dit een droom is, dan is het een hele slechte.

6 gedachten over “De ochtend”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.