Stomme bal


Omringd door afgevallen bladeren ligt een rode bal in het midden van de vijver. Aan de oever staat een klein meisje met grote ogen en een beteuterde uitdrukking op het gezicht ernaar te kijken.

Elsje kan er niet bij, de vijver is te groot en de bal ligt te ver weg. Zou ze in het water stappen om de bal te halen? Ze heeft geen idee hoe diep de vijver is. Misschien te diep. Zwemmen kan ze niet en bovendien is het water zo laat in de herfst best wel koud. Ze heeft het geprobeerd. Eén stapje. Maar ze zette haar voetje snel terug toen ze het ijskoude water in haar schoen voelde lopen.

De bal ligt er nog steeds. Het lijkt wel alsof de bal plagend naar haar roept. ‘Lekker puh! Je kunt me toch niet pakken, je kunt me toch niet pakken!’
Verdrietig en boos roept ze terug: ‘Stómme bal!’  
De bal geeft geen antwoord, maar blijft onverstoorbaar in het midden van de vijver liggen.
‘Stómme bal!’, roept ze nog een keer en gooit een dennenappel die naast de vijver lag in de richting van de bal. Er klinkt een plons en er zijn kringen in het water te zien. De bal wiebelt een beetje op en neer. Elsje kijkt. Dat is apart, wiebelt die bal nou een stukje opzij? Misschien moest ze nog eens gooien.  Elsje kijkt om zich heen en ziet nog veel meer dennenappels liggen. Dat is mooi. Ze gooit er nog eentje. Ze hoort een tik en dan een plonsje. De dennenappel is tegen de bal geketst, waardoor deze inderdaad een stukje is opgeschoven. Maar niet ver. De bladeren op het water houden de bal tegen. Ze gooit nog eens, maar de bal blijft liggen. Vervelend.

Toch hebben de dennenappels haar op een idee gebracht. Ze kan iets naar de bal gooien. Misschien is een dennenappel gewoon te klein en moet ze iets groters proberen. Een steen. Of misschien een tak. Rond de vijver zijn geen stenen te vinden. Tenminste, geen losse. Stenen van het paadje liggen er wel, maar die liggen vast. Trouwens, dat zou oma ook vast niet goed vinden. Takken zijn er wel genoeg te vinden. Door de laatste storm ligt de tuin er vol mee. Je hebt kleine takken en grote. Korte en lange. Maar die lange kun je zo moeilijk gooien. Elsje sleept een paar korte takken naar de vijver. De takken zijn vies, haar handen nu ook, maar die kan ze gewoon aan haar jas afvegen. Ze gooit een van de takken. Dat valt niet mee, de tak is veel zwaarder dan een dennenappel, waardoor hij helemaal niet ver genoeg komt. Nee, dat werkt dus niet.

En een langere tak? Die is vast nog veel zwaarder. Elsje kijkt naar een lange tak op de grond. Dan kijkt ze weer naar de rode bal. Gooien gaat niet lukken. Maar misschien… Elsje krijgt een ander idee. Ze tilt de lange tak op. Lastig, want de zijtakjes blijven een beetje haken achter de struik. Ze trekt eens flink. De tak schiet los, met een bons valt ze achteruit, midden in het zand net naast de vijver. Ze valt gelukkig niet zo hard, dus ze staat op. Het zand was wel wat nat, maar daar let Elsje niet op. Met de lange tak prikt ze naar de bal. Ze kan er nét bij. Maar het lukt niet om de bal naar zich toe te halen, daar is de tak dan weer te kort voor.

Stomme tak en stomme bal! Ze wordt er moe én boos van en ze duwt de tak van zich af,  de vijver in. Het puntje van de tak duwt tegen de bal, die daardoor net over de opeengehoopte bladeren wordt getild. Langzaam maar zeker drijft de bal naar de kant aan de andere kant van de vijver.

Blij loopt Elsje om de vijver heen. Als ze zich uitstrekt moet ze er net bij kunnen. Héél voorzichtig,  om vooral niet in het water te vallen, reikt ze naar de bal. Ze kan er nét met de toppen van haar vingertjes bij. Bijna verliest ze haar evenwicht, maar het gelukkig weet ze de natte bal uit de vijver te vissen zónder er zelf in te vallen.

Met een triomfantelijk gevoel loopt Elsje met de bal naar het huis, waar mama gezellig met oma zit te praten.

‘Kijk eens mama, ik heb de bal!’

Mama kijkt naar het modderige meisje dat op de drempel staat. Héél blij kijkt mama niet …

(c)2017 Hans van Gemert

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.